Ik vind dieren alleen interessant als je ze kan opeten.

“Ik ben geen roker. Van een sigaar genieten, vind ik puur degusteren. Het gaat me niet alleen om de aroma’s in mijn mond. Ik heb de geur van sigaren en sigarenrook graag om me heen.” Gene Bervoets is een jager. Zijn trofeeën? Unieke levenservaringen. Hij verzamelt ze zonder zoeken en strooit de meest sprekende superlatieven rond op zijn road trip van het genieten.”

Watervliet, een schilderachtig stukje krekengebied op een boogscheut van de Belgisch-Nederlandse grens. Een van de mooiste dorpjes van Vlaanderen is de rustplek van acteur Gene Bervoets. Alleen zullen de meeste Vlamingen dat nauwelijks geloven. ‘Gentse Waterzooi’, het culinaire programma dat hem als presentator in de meest exotische keukens ter wereld bracht, achtervolgt de acteur nog steeds. “Ik kook graag. En ik kook niet slecht. Maar ik ben geen helemaal geen chef. In het programma maakte ik meestal stoofpotjes klaar. Ik denk dat ik respect heb gekregen van een aantal chefs omdat ik me als levensgenieter profileerde, niet als een van hen. Maar bij het grote publiek blijft het: ‘Ah, daar zie, de chef!’ Dat is een gevolg van de ettelijke herhalingen van de reeks. Nog steeds spreken mensen mij aan met: “Ik zag u gisteren nog op televisie in Thailand. En toen had u al uw haar nog.” Mensen weten dat ik acteur ben. Toch associëren velen me met een persoon die ik eigenlijk niet ben.”

Malecón

“De ouders van mijn vriendin zijn wat verderop op vakantie. Elke avond is het hier of bij hen feest. Vannacht was het na vier toen ik in bed kroop.” Gene Bervoets heeft mogelijk de meest aanstekelijke lach van de Verenigde Nederlanden. Vuur, daarentegen, heeft hij niet op zak. Geen nood, met een beetje tijd en geduld lukt een sigaar aansteken ook aan het gasfornuis. Hij jaagt de vlam door een heel bijzondere sigaar die hij kreeg van Jurgen Lijcops. De horeca-ondernemer werd twee keer beste sommelier en een keer beste sigarenkenner van België en is de trotse eigenaar van de serie Padron 1926. De sigaren werden in 2002 in beperkte oplage gelanceerd ter gelegenheid van de 75e verjaardag van Jose O. Padron.

“Voor mij is dit de beste sigaar ter wereld.” De acteur glimlacht. “Ik hou van die lichte zoetigheid. In België zijn deze sigaren onvindbaar. Behalve voor wie Jurgen Lijcops of sigarenhandelaar Frans Evens kent. Puristen die menen dat alleen Cubaanse sigaren de moeite waard zijn om roken, kennen volgens mij te weinig van sigaren. Op de Malecón in Havana met een aantal maten een sigaar roken. Daar rum bij drinken, de lippen aan de fles. Dat is waanzinnig. Er gaat niets boven een Cubaanse sigaar roken in Cuba. Want het land is doortrokken van een unieke sfeer rond sigaren en genieten. Van een wereld die meer is dan techniek. Maar een lekkere sigaar die technisch goed gemaakt is, zoek je niet noodzakelijk in Cuba.”

Sint-Maarten

Tegen heilige huisjes trappen, is in België of Nederland gelukkig nog niet bij wet verboden. En Gene Bervoets is echt een man van goede smaak. De rum die we proeven bij respectievelijk onze Padron 1926 n° 9 en La Aurora Brazil robusto bevestigt dat volmondig. “De moeder van mijn twee oudste kinderen is Antilliaanse. Ik volgde haar naar Sint-Maarten omdat ik geen zin had in mijn legerdienst. Ik bleef er vijf jaar en bezocht in die tijd alle eilanden. Zo ontwikkelde ik een liefde voor rum. Sint-Maarten heeft geen eigen rum meer. Vroeger werd er bijzonder lekkere Pott rum gemaakt. De Agricole rums worden nu ingevoerd uit Guadeloupe of Martinique. Er is ook Appleton uit Jamaica. Bologne uit Guadeloupe is mijn favoriete merk. Met die rum maak je ook tiponge, mijn lievelingsdrankje. In een glaasje giet je een vierde jus de canne, knijp je een vierde limoen uit en doe je de limoenschil. Dan vul je rum in het glas tot het limoentje onder staat. Nu mijn twee oudste kinderen zelf op de Antillen zijn, brengen zij rum voor me mee.”

Benito

Ten huize Bervoets herinnert een hoekje aan alle reizen die Gene ooit maakte. “In een nis hang ik alle mogelijke prullaria. Van Cuba bracht ik tabaksbladeren mee. Maar ik ga je iets bekennen: Ik kan eigenlijk niet roken. Lang geleden rookte ik veel sigaretten. Als ik nu een paar keer aan een sigaar moet trekken, is dat al te veel. Ik voel me bijna stoned. Voor mij is een sigaar puur degusteren. Het is meer aanhouden dan trekken. Ik hou ervan een sigaar in de mond te hebben. En ik zit graag in de geur. Toen heren voor het roken een ander jacket begonnen aan te trekken, ontstond de smoking. Een smoking broek bestaat eigenlijk niet. In 1975 kreeg ik van een professor zo’n smoking. Hij had hem van zijn overgrootvader gekregen. Omdat hij zelf geen kinderen had en ik zijn beschermeling was, gaf hij me hem cadeau. Op feestjes draag ik nog altijd die smoking van 120 jaar oud.”

Is Bervoets een jasjesfetisjist? Zeker is dat hij er zelfs in slaagt mannen hun kleren voor hem te laten uittrekken. “Benito, de Cubaan die in Pinar del Rio enkele sigaren voor me rolde, droeg een fantastisch vestje. Ik had dat al een paar keer tegen Axel Daseleire gezegd, toen hij tegen Benito zei: “Mijn hemd in ruil voor uw vestje. Wat denk je?” Die man trok onmiddellijk het jasje uit. Bleek dat hij nog een tweede jasje had, en dat heb ik gekregen in ruil voor mijn hemd. Zijn hoed heb ik trouwens ook. Axel en ik zijn de enige die nu zo’n blauw vestje hebben. En Benito is de enige roller met een hemd van Paul Smith.”

Moules parquées

Amper is hij zijn sigaar opnieuw gaan aansteken in de keuken, of de man met het blauwe vestje rolt in een uitbundige lach. “Dit. Is. Toch wel erg lekker! Proef eens even van mijn sigaar! En neem meteen daarna een slokje van die rum. Is dat geen onwaarschijnlijke combinatie?” Maar alle lyrische verwondering om het exotische culinaire genieten ten spijt, blijft Gene Bervoets een bourgondiër in hart en nieren. “Voor een televisieprogramma werd ik gevraagd België culinair te profileren, voor het geval buitenaardse wezens ons ooit zouden bezoeken. Ik stelde een menu samen met het allerbeste wat België te bieden heeft op vlak van smaak. Het waren eenvoudige zaken, van tomaat garnaal over moules parquées en paling in ’t groen tot biefstuk friet. Maar ik koos ook Achelse Blauwe kaas met een trappist van Achel. Met de hulp van Ben Vinken selecteerde ik nog een aantal andere bieren.”

“Met ‘Gentse Waterzooi’ en ‘De Mosterd van Abraham’ probeerde ik mensen te doen inzien dat het belachelijk is om te klagen. Wij hebben in dit land alles om gelukkig te zijn: van de beste spijzen en dranken tot de prachtigste gebouwen en landschappen. Kijk om je heen. Het is hier zo waanzinnig mooi: die kreken, die lanen, die weidsheid. Wij waarderen de eenvoud niet meer. Op zeker moment had ik een idee om een programma te maken over Belgische streekproducten. Alleen was er zogezegd geen interesse voor. Ik zou graag de ambassadeur zijn die al het goede dat we voortbrengen promoot. Als je weet dat ze in Amerika stukken van mensen betalen voor onze prei! Er is zoveel om trots op te zijn: ons grondwitloof, asperges, kazen, peren, bieren. Noem maar op! En dan vergeet ik bijna het vlees van het Belgisch Witblauw.”

Verstild

Bervoets staart gefascineerd naar de prachtige askegel van zijn Padron. “De as wil nog niet vallen. Eigenlijk hou ik vooral van bitter, zuur en zout. Maar als ik deze zoete toetsen proef, denk ik: “Beter kan niet.” Is hij dan echt een bon-vivant die altijd van het leven geniet? “In ‘Gentse Waterzooi’ hang ik de zot uit, zing ik liedjes en amuseer ik me op exotische bestemmingen. Je zou eens moeten weten hoe vaak de regisseur mij er moest aan herinneren: “Gene, het is mooi weer. Je bent op een exotisch eiland.” Ik kan heel verstild zijn. En ongelooflijk zwaarmoedig. Ik kan me wentelen in het zwart. In die zin speelde ik in dat programma vaak een rol. Hoe graag ik de zon ook zie … soms hunker ik naar druilerige herfstdagen. Gelukkig hebben we die in België ook.”

In de jaren zeventig nam Bervoets een beslissing die zijn levenspad een kritieke wending gaf. Met zijn diploma van de academie in handen, besloot hij immers geen beeldend kunstenaar te worden. “Een schilder verwerkt dingen voor zich en doet daar zijn ding mee. Terwijl een acteur met andere mensen moet werken. Dat acteren is niet alleen maar zo goed mogelijk een rol spelen. Het is anderen zo goed mogelijk proberen te doorgronden. Ik had geen zin om helemaal alleen in een atelier te staan schilderen. Ik wou mensen rondom mij. Mensen vertellen toch over hun ervaringen omdat ze die willen delen met anderen? Mijn aandacht gaat naar de mens, in al zijn complexiteit. En omdat ik me afvraag: “Wat ik nu voel, voelt die andere dat ook? Of beleeft die dat anders?” Ik ben geen dierenliefhebber. Ik kan er niet in komen dat mensen een hond of een kat hebben. Ik kan me niet verplaatsen in dat dier. Ik vind dieren alleen interessant als je ze kan opeten.”

Quique Dacosta

“Ik kan heel snel geëmotioneerd raken. Vaak zoek ik bepaalde ervaringen net op om gevoelens los te maken. Soms gebeurt het vanzelf. Ik kan het met kunst hebben, met boeken, met een doelpunt in het voetbal. Maar het kan ook met eten. Ik kan niet begrijpen dat mensen gaan eten in elBulli alsof ze in eender welk restaurant eten. Misschien is het de autist in mij die ervoor zorgt dat ik zodanig in een ervaring kan opgaan. Laatst was ik aan het rijden. Ik ben gestopt aan een brug waar water onder liep. Om naar de waterspiegeling te kijken onder de brug. Gewoon blijven staan. Kijken. Die momenten zijn voor mij onwaarschijnlijk belangrijk. Dat is hetzelfde als iemand iets zien doen, het niet vatten en het zelf proberen. Je weet dat het eigenlijk niet zo moeilijk is maar je slaagt er toch niet in het te doen. Dan komt er verwondering in mij boven. En door verwondering bewondering.”

“Als je bij elBulli gaat eten, vraagt de maître: “Eet u alles?” Ik dan: “Ja, alles.” Hij opnieuw? “Echt alles?” Ik weer: “Alles!” In totaal komen vervolgens 36 gerechtjes op tafel. Maar dat wordt opgebouwd. Er is zeewier die je op een bepaalde manier moet eten. Na de vierde of de vijfde denk je ineens: “Ik ben leeg, ik kan opnieuw eten.” Een van de laatste gerechten was lamshersentjes. Ik was gekomen voor het 34e gerecht. En het kwam precies op het juiste moment.”

Bervoets’ eetervaring in het Spaanse tweesterrenrestaurant van Quique Dacosta was een andere ervaring om nooit te vergeten. Maar dan een van een heel andere orde. “Ik had veel gehoord en gelezen over een klassiek gerecht van hem dat in smaken, geuren en texturen een boswandeling op je bord brengt. Voor dat gerecht was ik gekomen. Het was zwart, mos, dode herfstbladeren. Mijn zintuigen ontwaarden eik. De substanties spraken van bos en zand. Het was alsof ik takjes proefde. Ik stak de eerste hap in mijn mond en was volledig overdonderd. Op dat moment was het al goed voor mij. Er volgden nog twaalf gerechten. Het was gewoon teveel. Teveel indrukken. Toen we bij de desserts waren aanbeland, kon ik niet meer. Mijn zintuigen waren verzadigd. En ik werd daar zo kwaad over. Omdat ik me verloren voelde. Het was alsof de chef mij had verslagen. Ik was op. En ik dacht: “Hoe kan dat nu, terwijl het mij in andere restaurants wel lukt?” Ik heb daar veel over nagedacht. Ik kon er wel om huilen. Het ergste van al vond ik dat ik die laatste smaakervaringen had gemist.”

Houellebecq

“Zintuiglijkheid is voor mij in het leven het summum. Ruiken, proeven, kijken, luisteren, voelen. Dat is voor mij leven. Misschien werd ik daarom acteur. Je hebt daar niets voor nodig. Alleen je lichaam, je zintuigen. Die avond in dat restaurant van Quique Dacosta ben ik kwaad opgestaan. Toen ik betaalde, hoorde ik dat de chef me nog wou zien. We hebben even gepraat. Ik ben er bijna gevlucht. De indrukken waren te heftig geweest. Misschien had ik het aangekund als de boswandeling op het einde gekomen was? Ik weet het niet.”

De Padron is weer uit. Steekt hij ze weer aan? Hij denkt een hele seconde lang na en besluit: “Later misschien.”

“In je leven kan je nooit een ervaring twee keer op dezelfde manier meemaken. Zoals nu. Steek ik mijn sigaar opnieuw aan of niet? Alles wat gebeurt, alles wat je doet of niet doet, geeft je leven vorm. In Toscane las ik ‘De mogelijkheid van een eiland’ van Michel Houellebecq uit. Ik heb toen drie dagen niet tegen mijn familieleden gesproken. Ik bedacht dat de wereld waar ik me op dat moment bevond niet de wereld was waarover ik las. Wat was de echte wereld? Die van Toscane of die van het boek? In Gambia had ik andere ervaring die me altijd zal bijblijven. Ik was aan het einde van ‘Rode rozen en tortilla’s’ van Laura Esquivel en ik wou het boek niet in mijn hotelkamer uitlezen. Terwijl ik me buiten installeerde, stak er een windje op. Eerst was er alleen geruis in de bomen. Dan werd de hemel zwart. Het begon te stormen en de palmen zwiepten in de wind. Ik bleef gewoon zitten. Ik mag dat boek nog zo vaak herlezen als ik wil. Het einde zal nooit meer hetzelfde zijn.”

Katrien Bruyland
@epicuralia

Copyright foto’s Joris Luyten

Voor het eerst gepubliceerd in El Gusto n°7, zomer-herfst 2010