De kleine reuzen van het Belgische bier

Aan beer geeks die mij de les spellen, heb ik geen boodschap.

Oud Beersel uit Beersel

“Ge zijt zot.” Toen Gert Christiaens Brouwerij Oud Beersel in 2005 van sluiting wilde redden, was de commentaar niet van de lucht. Waarom investeerde een jonge IT’er zijn ziel en zaligheid in “bier dat alleen nog door oude mensen werd gedronken”? Geprangd tussen de lambiekbrouwerijen en de geuzestekerijen van het Pajottenland zit een Beerselse eend in de bijt. Haar baasje? Een man met een missie.

Als kind ging Gert Christiaens mee naar Oud Beersel telkens zijn vader er bier ging kopen. “Ik  groeide op in deze regio en hield van jongs af van de tradities die lambiekbieren omringen. Mijn ouders hadden geuze en kriek in de kelder staan voor bezoekers van buiten de streek. Zelf dronken ze meestal wijn. Je weet hoe dat gaat met jonge gasten: als ze maar tegendraads kunnen zijn. Dus dronk ik bier. (lacht) Mijn grootouders zagen het niet zitten toen ik zei dat ik naar Brussel verhuisde om er te gaan studeren. De oudere generaties van hier moeten niet weten van Brussel. Ze houden van het traditionele. In Brussel valt volgens hen niets te zoeken.”

Brussel was ook Henri Vandervelden II een doorn in het brouwersoog. Zo erg dat hij de Beerselse brouwerij van zijn vader in 1954 omdoopte tot ‘Oud Beersel’. Hij deed dat om zich af te zetten tegen Brussel, dat vervloekte nest van nieuwlichters, waar lambiekbrouwerijen één na één de deuren sloten. Bijna vijftig jaar later zat een Pajotter aan de toog van Le Zageman. Gert Christiaens was als student vaste klant van de piepkleine kroeg in de Brusselse Lakenstraat. “Het café aan de muurschildering van Suske en Wiske is inmiddels al jaren dicht. Toen was het één van de weinige plaatsen waar je nog lambiekbieren kon drinken. Op een dag in 2003 dronk ik een geuze van Oud Beersel. De cafébaas zei me dat het zijn laatste flessen waren. Ik zou het bier niet meer kunnen drinken omdat de brouwerij de deuren sloot. Ik was zo geschokt dat ik contact opnam met Henri Vandervelden. De oude meesterbrouwer vertelde me dat zijn neef de brouwerij de laatste tien jaar had voortgezet. Die vierde generatie was het brouwen beu en wilde postbode worden. Het café naast de brouwerij, inclusief alle stock op vaten en flessen, bleek al verkocht. De brouwerij was nog in handen van Vandervelden. Ik werkte als project manager toen ik besloot twee jaar lang m’n zaterdagen op te offeren om in Gent een brouwcursus te volgen. De eerste vijf jaar vertelde de meesterbrouwer me alles over spontane fermentatie, de houten vaten en de geschiedenis van de brouwerij. Hij was 77 en niet van plan de brouwerij weer te gaan leiden. Beetje bij beetje besefte ik dat ik Oud Beersel moest overnemen als ik het voortbestaan van de lambiekbieren wilde garanderen. De grootste uitdaging in al die jaren? Er waren er zoveel. De eerste was: ‘Hoe krijg ik die vaten van 40 hectoliter van de vrachtwagen?’ Hoe ik het deed zonder vorklift? Dat toon ik je wel eens.” (lacht)

  • Kleine reuzen Oud Beersel - foto Katrien Bruyland @epicuralia

‘Beetje bij beetje besefte ik dat ik Oud Beersel moest overnemen als ik het voortbestaan van zijn lambiekbieren wilde garanderen.’

Levend erfgoed

Toer de Geuze 2015 zit Gert Christiaens nog vers in de kleren wanneer we Oud Beersel bezoeken. “Tijdens de editie van twee jaar geleden telden we drieduizend bezoekers. Ondanks het slechte weer waren het er dit jaar nog een tiende meer. In 2005 werden de bieren van Oud Beersel vooral door oude mensen gedronken. Sommigen waarschuwden mij dat ik met het verdwijnen van die generatie binnen de kortste tijd zonder klanten zou zitten. De wereld van de lambiekbieren was vroeger erg gesloten. Dankzij de inspanningen van HORAL, de Hoge Raad voor Ambachtelijke Lambiekbieren, is dat beginnen veranderen. Vandaag zien we zelfs jonge twintigers naar België reizen omdat ze gek zijn van lambiek en de bieren hier willen ontdekken. Het is ongelooflijk hoe snel alles evolueert. Het publiek van Toer de Geuze is zeer divers. Van mensen uit de streek tot Noren, Italianen en Amerikanen: wij ontvangen het liefst gewone mensen die geïnteresseerd zijn in lekker eten en drinken. Aan beer geeks die mij de les spellen, heb ik geen boodschap. De missie van Oud Beersel is de bescherming van de traditionele lambiekbieren. Dat kan je alleen als er mensen zijn die lambiekbieren drinken en er van genieten. Mensen zijn nodig om erfgoed levend te houden. Oud Beersel groeit. Dat is wat telt.”

Opstapje

We gaan lambiek proeven. Gert Christiaens bindt een schort om en schenkt zijn paradepaardje uit: Oud Beersel Oude Geuze. “Onze lambiek is genietbaar. In vergelijking met anderen maken wij een milde lambiek die complex is in smaken. Ik wilde bier maken waar je nog een tweede glas kan van drinken. Wie op zoek is naar extreme of moeilijk drinkbare bieren, is bij ons aan het verkeerde adres.” De bezoekende Italiaanse journalisten hebben weinig kaas gegeten van Oude Geuze en Oude Kriek. Op een drafje doceert de eigenaar, in het Italiaans, een mini-cursusje lambiekbieren voor beginners en schetst hij in één moeite de recente geschiedenis. “Lang geleden telde Brussel en omstreken honderden lambiekbrouwerijen. Toen Oud Beersel de deuren sloot, waren er nog tien over. Toen ik met m’n plan naar de banken stapte, klonk het: ‘Als we het goed begrijpen wil u geld om een bier te maken dat pas binnen drie jaar op de markt komt. En intussen betaalt u ons geen kapitaal of rente terug?’

Christiaens pakte het anders aan. Eind 2005 lanceerde Oud Beersel Bersalis Tripel. “Bersalis was de middeleeuwse naam voor Beersel. Het is een nieuw product van een oude brouwerij. We willen anderen niet kopiëren. We gebruiken onze kennis van authentieke bieren voor de ontwikkeling van nieuwe producten. Onze tripel stond ons toe de merknaam Oud Beersel in de markt te houden terwijl we verkoopkanalen creëerden en er geld binnenkwam voor investeringen in de productie van lambiek. In 2007 lanceerden we de Oude Geuze en Oude Kriek opnieuw. Vandaag delen de tripel en Oude Geuze de eerste plaats als onze bestverkopende bieren. De Bersalis bieren dienen zeker om een nieuw publiek aan te spreken en mensen te laten leren over spontane gisting. Dat kan voor sommigen een opstapje zijn naar lambiekbieren.”

Kettingen

‘Hier is leven.’ Het bordje in de foederzaal en het leven dat uit de vaten met Bersalis Tripel schuimt, laten er geen twijfel over bestaan. Omdat het bier zij aan zij ligt met de rijpende lambiek, geniet het mee van de spontane gisting. Hier leven bijzonder gelukkige brettanomyces. De tripel rust op vaten van 630 liter waar ooit Châteauneuf-du-Pape in zat. De lambiekbieren zitten verdeeld over oude Bourgogne, Vaqueyras, Gigondas en Montepulciano vaten. “Sommige hebben we geërfd van andere lambiekbrouwerijen die al lang dicht zijn. De kleine zijn tussen de 60 en 120 jaar oud. Ons oudste vat is 120 jaar oud. De smaak van de lambiek op de kleine, oude vaten evolueert sneller en is scherper dan die van de grote vaten. Onze grote vaten, die zeer fijn en elegant bier geven, mengen we met een paar kleine die veel karakter aan het bier geven. Lambiek op de vaten van de Châteauneuf-du-Pape geeft een zeer mild en bescheiden bier. Je moet je vaten kennen. Er zijn geen zekerheden.”

Of toch wel. Eén zekerheid is dat wie lambiek maakt en niet graag vaten kuist binnen de kortste keren met ongewenst leven in de brouwerij zit. “Tot in 2008 maakten we de houten vaten schoon met het oude systeem van kettingen en warm water. De kettingen schraapten de vaten langs binnen schoon. Na een half uur moesten de kettingen uit het vat: water uitgieten, nieuw water in. En maar herhalen tot het spoelwater proper was. Per vat was ik telkens minstens een uur bezig. Op een bepaald moment had ik er genoeg van. Sinds we de schoonmaak automatiseren, zijn onze vaten schoner, wat een invloed heeft op de kwaliteit van het bier.”

Er is maar zoveel werk dat één paar handen in een dag kan verrichten. Toen Gert Christiaens Oud Beersel nieuw leven inblies, nam hij een ingrijpende beslissing. “Ik moest kiezen tussen een nieuw brouwhuis en houten vaten. We kozen voor de vaten. Omdat zij het karakter van Oud Beersel grotendeels definiëren. Anders dan geuzestekers kopen we onze wort niet van verschillende lambiekbrouwers. We werken met één recept, dat Boon voor ons brouwt.”

‘We moeten de anderen niet één maar vijf stappen voor blijven.”

Opsolferen

Vier generaties lang lag het lot van Oud Beersel in de handen van één persoon. De vierde generatie gaf er de brui aan. Gert Christiaens wil niet dat het voortbestaan van deze lambiekbieren in gevaar komt mocht hem wat overkomen. “De voorbije jaren was ik bezig met het opbouwen van een klein team. Die mensen worden de ruggengraat van Oud Beersel. Het leven van de brouwerij verlengen, was nooit mijn objectief. Ik nam Oud Beersel niet over voor mezelf, ik deed het voor het bier en de traditie. Sommige mensen komen op brouwerijbezoek, zien mij en vragen: ‘Waar is Werner?’ Hij is de man die zich bezighoudt met de rondleidingen. Voor die bezoekers is Werner de belangrijkste man in de brouwerij. Als vanaf nu alle Italianen die Oud Beersel bezoeken naar Wilfried vragen, is dat perfect voor mij.” (lacht)

Wilfried, de nieuwste medewerker van Oud Beersel, liet zich zes weken voor ons bezoek een job opsolferen. Hoewel de Italianen er een beetje kortademig van worden, brandt de productiemedewerker met de glimlach zwavel. Om vervolgens, volgens de regels van de kunst, houten vaten te ontsmetten. “Elk vat dat niet in gebruik is, behandelen we om de drie tot zes weken. Je kan het ook één keer om de zes maand doen maar dan zal je dat zeker merken aan het bier dat uit het vat komt. Eens micro-organismen in het hout zitten, krijg je ze er nog moeilijk uit. Sommige kleine beestjes mogen komen, anderen houden we liever weg. Als je kwaliteit biedt, komt het ergens van.”

Argusogen

Lambiekbieren van Oud Beersel op een kwalitatieve manier vrijwaren. Gert Christiaens houdt de missie die hij zich tien jaar geleden stelde voortdurend voor ogen. “Kwaliteit is een kernelement in het bereiken van dat doel. Kwaliteit heeft geen precieze definitie omdat ieder het anders invult. Het is niet omdat we nu goede lambiekbieren maken dat die standaard binnen tien jaar dezelfde zal zijn. Niemand wil vandaag nog de lambiekbieren die dertig jaar geleden werden gemaakt. We nemen deel aan onderzoeksprojecten om er achter te komen hoe we in de toekomst nog betere bieren kunnen maken.”

Oud Beersel volgt ook de trends op de internationale biermarkt met argusogen. Gert Christiaens: “Een aantal craft breweries in Italië en de VS zijn zich ook gaan bezighouden met zure bieren maken. Tot nu toe proefden we nog geen enkel bier dat kan tippen aan de authentieke lambiekbieren uit deze streek. Maar tien jaar geleden waren de Amerikanen op vlak van hogegistingsbieren ook nog ver van ons verwijderd. Als je proeft wat sommige brouwers daar nu produceren, moeten we beseffen dat niemand hier op zijn lauweren mag rusten. We kunnen lambiekbier beschermen door regels te maken en bescherming te vragen. Maar het zal niet volstaan. Het is een kwestie van tijd vooraleer er buitenlandse bieren komen die ons naar de kroon steken. We moeten de anderen niet één maar vijf stappen voor blijven. Lambiekbieren worden vandaag aanzien als de champagne onder de bieren. Wij moeten er voor zorgen dat ze dat blijven.”

Katrien Bruyland
@epicuralia

online mei 2017

– copyright tekst en foto’s Katrien Bruyland 
Voor het eerst gepubliceerd in Bierpassie Magazine n°68, september-november-december 2015

De kleine reuzen van het Belgische bier

Kleine en middelgrote brouwerijen uit Vlaanderen, Brussel en Wallonië die grote dingen doen met bier. Sterke karakters met passie en/of traditie in het bloed. Brouwers die de waan van de dag in de bierwereld trotseren. De verhalen achter deze mensen staan staan centraal in deze reeks.