De kleine reuzen van het Belgische bier

Balans. Dat zit in al onze bieren.

Brouwerij Van Den Bossche uit Sint-Lievens-Esse

Een straf maar zoet winterkind. Een pittige blonde stoot. Een elegante, complexe adoptiedochter met Frans bloed. En vier bierbroers die stuk voor stuk Pater Lieven heten. Elk bier dat Bruno en Emmanuel Van den Bossche de wereld insturen, heeft een uitgesproken identiteit. De vierde generatie brouwers uit Sint-Lievens-Esse doet dat vanuit het authentieke kader van een brouwerij die er uit ziet alsof de klok er net na de Tweede Wereldoorlog stilviel.

Dat het in Sint-Lievens-Esse maar één keer in de vijftig jaar feest is, is weinig waarschijnlijk. Wel zeker is dat het er om de vijftig jaar groot feest is. Elke halve eeuw wordt in de Oost-Vlaamse gemeente de Heilige Livinus gevierd. En van dat wachten krijgen ze in de streek erg veel dorst. “In 2007 vroeg het organiserend comité van de Sint-Livinusfeesten of we een bier konden brouwen waar ze veel van konden drinken. En dus niet snel zat van werden.” Bruno Van den Bossche steekt graag van wal met het verhaal over hoe hij dat zag zitten. “Onze Livinus werd een bier van hoge gisting en 5,2 graden. Na de feesten bleven we het maken waarvoor het gemaakt is: als doordrinker.”

Vijftig jaar voor de komst van Livinus was het de grootvader van Bruno Van den Bossche die een feestbier in het leven riep voor de –ook toen- langverwachte feesten. De eerste Pater Lieven werd een typisch Oost-Vlaams bruin, donker en niet-hergist bier van ongeveer 5,6 graden. In 1997, ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de brouwerij, werd diezelfde Pater Lieven begraven. Of eerder: bevroren. “Pater Lieven was het streekbier waarmee deze brouwerij tot dan had kunnen overleven. Alleen was het tijd voor een frisse wind. Op aansturen van biersommelier Ben Vinken lieten we het oude recept varen en kozen we voor vier verschillende paters: een blonde, een bruine, een tripel en een witte.”

De oude Pater Lieven mag dan al even verleden tijd zijn … zich omdraaien in zijn graf doet hij zeker niet. Daarvoor zijn de bieren die bij Brouwerij Van Den Bossche ter wereld blijven komen eenvoudigweg te mooi. Hoe kan dat ook anders, met het brouwersbloed dat hier door de aderen vloeit? “In 1897 bouwde mijn overgrootvader deze brouwerij en het herenhuis hiernaast. Hij was toen burgemeester van Sint-Lievens-Esse. Zijn bruid vond hij een heel eind verder: in Wieze. Dat hij met Eleonora Callebaut trouwde, kan geen toeval zijn geweest. Zij was een dochter van de Brasserie Callebaut. Hij had weinig verstand van brouwen en veel van vrouwen.”

‘Onze Kerstpater is donker, karamelzoet en negen graden straf. En hij slaat lang niet alleen bij onze beste klanten aan.’

Circus

Daani, een gepassioneerde Nederlandse brouwer, vervoegde jaren terug de rangen van Brouwerij Van Den Bossche. Niettemin blijft het tot op vandaag een familiebedrijf. Vader Ignace steekt nog steeds een handje toe in de bottelarij. In de brouwzaal slaat Emmanuel, de benjamin van de familie, de plak. Nathalie Minnaert, de echtgenote van Bruno, ontfermt zich over de administratie en financiën. “Ik houd me bezig met de productieplanning en de export. Daarnaast stuur ik de verkopers aan die ons bier in eigen land verkopen”, vervolgt Bruno Van den Bossche. Na zijn studies marketing ging hij in 2002 voor het eerst de boer op om bier aan de man te brengen. Verkopen zit Bruno in de genen. Getuige daarvan het verhaal over de Buffalo 1907.

“Op een dag in 1907 stond hier een circus op het dorpsplein. De brouwersgasten waren wort aan het koken maar wilden net als iedereen naar het circus. Dat mochten ze, zolang één man bij de brouwketel bleef. In die tijd werd gekookt op de naakte vlam onder de ketel. Iemand moest ook hout steken, kolen scheppen en roeren. Alleen was de Chinese vrijwilliger ook naar het circus gaan kijken nadat hij een hoop kolen op het vuur had gegooid. Wort dat gekookt wordt, is een zeer suikerrijke vloeistof. Als je daar niet in roert, karamelliseert de boel. Of brandt die aan, beter. Het verhaal wil dat ze van de circusvoorstelling terug kwamen, hun fout beseften maar beslisten het bier te laten vergisten zonder iets te zeggen. Pas toen hij een staal nam, merkte de brouwmeester dat er iets niet in de haak was. De suikeroplossing wees op een bier van bijna zes procent. Dat was dubbel zo hoog als in het bier dat hier toen werd gemaakt. Mijn overgrootvader besliste dat bier toch te verkopen. Ik vraag me nog altijd af of dat uit gierigheid of commercieel inzicht was.”

De echte Buffalo Bill bezocht Gent in 1906. De Buffalo Bill die Sint-Lievens-Esse met een bezoek vereerde, was waarschijnlijk een Franse copy cat. Al maakt dat niet veel uit. Na het bezoek van het circus in Sint-Lievens-Esse was een bier met als naam Buffalo geboren. “Op zeker moment was dat bier op en moest het opnieuw worden gebrouwen. Mijn grootvader ging toen experimenteren met gekarameliseerde en gebrande mout. Om de smaak van het eerste brouwsel te proberen benaderen, natuurlijk. Het recept waarover wij vandaag beschikken, dateert van na ‘het incident’. We hebben nu het raden naar hoe het oorspronkelijke bier smaakte. Maar dat het verbrand was, staat voor mij vast.” (lacht)

Pauillac

Buffalo 1907 was het eerste van een gamma bieren.  De opvolger heette Buffalo Belgian Stout. “Dat bier kwam er op vraag van onze Amerikaanse invoerder. In Amerika houden ze van extremen. Speciaal voor die markt maakten we een zware Buffalo. Licht gekarameliseerd, negen graden sterk en beginnend met een typische lichte, stouten afdronk. Buffalo Bitter kwam er dan weer op vraag van onze Italiaanse importeur. Hij zocht een hoppig, pittig bier.” Van den Bossche had veel ervaring met donker bier maken. Maar hoppig blond? Dat was ander bier! “Het eindresultaat is acht procent sterk en gemaakt met drie hopsoorten. First Gold aan het begin van het kookproces. Vervolgens een late hopping met Syrian Golding. En tenslotte dry hopping, na de gisting in de lagertank, met Amerikaanse Cascade. Het heeft wat voeten in de aarde gehad maar het is toch wel gelukt.”

Zoveel bescheidenheid over een dergelijk smakelijk en zinnenprikkelend bier als Buffalo Bitter klinkt bijna … misplaatst. Al ging het na de geboorte van de hoppige blonde nog even crescendo bij Brouwerij Van Den Bossche. Begin 2014 werd immers de jongste telg van de familie op bierliefhebbers losgelaten: Buffalo Grand Cru. Dit bier verdween minstens tien maanden op rodewijnvaten uit Pauillac. Het bier dat op de vaten mocht rusten? De Buffalo Belgian Stout. Van dat moederbier is echter geen spoor voor wie ernaar speurt in een glas Buffalo Grand Cru. De neus hint veel meer naar wijn dan naar bier: rode vruchten alom. De mooie, donkerrode gloed in het glas doet denken de kleur van ruby port. Maar de schuimkraag laat er geen twijfel  over bestaan: dit is bier. En wat voor een!

“Wij noemen het onze Grand Cru omdat we het onze Grand Cru onder onze bieren vinden. Sommige houtgelagerde bieren zijn ondrinkbaar omdat het van gewoon het goede teveel is. Het is echt niet omdat je een zware stout op een whiskyvat steekt dat er vloeibaar goud uit komt. Balans. Dat zit in al onze bieren. Ons bitter bier? Het is bitter, hoppig, droog. Maar het is er geen honderd kilometer over. Wat voor ons geldt, is waar voor heel veel Belgische bieren. Wij kennen nuance. We hebben een zekere fijngevoeligheid. En balans! Op de Amerikanen hebben wij traditie en balans voor. In de States is het liefst zo bitter, zo straf, zo zoet of zo zuur als de trend van het moment is.” [/sociallocker]

‘We moeten onze geklasseerde brouwerij dringend als troef uitspelen.’

Kerstman drinkt Kerstpater

Als Sinterklaas bestaat, zijn diens knechten zwart. En als de kerstman bestaat, drinkt hij Kerstpater. Omdat Bruno Van den Bossche geen Kerstpater schenkt vóór 1 november is er bijgevolg in oktober van de kerstman nog geen spoor. “Een brouwer kuiste vroeger zijn moutzolder op, smeet de moutresten in een ketel en brouwde daarmee een kerstbier voor zijn beste klanten. Procentueel heb je weinig donkere mouten nodig om een donker bier te brouwen. Het bier was donker en het was straffer. Nu is het geen kwestie meer van grote kuis houden op zolder maar van een gewild commercieel product maken. Onze Kerstpater is donker, karamelzoet en negen graden straf. En hij slaat lang niet alleen bij onze beste klanten aan.”

In het bijzijn van klanten en kennissen bliezen Ignace, Bruno en Emmanuel Van den Bossche de laatste woensdag vóór 1 november verzamelen om het eerste vat aan te slaan. Wij waren er bij. “De komst van Kerstpater begint mythische proporties aan te nemen in de streek. Begin oktober staan de eerste fans er al: wanneer is de Kerstpater er?” Bruno Van den Bossche is onvermurwbaar: vanaf 2 november. “En geen dag vroeger. Ik vind dat je in oktober geen kerstbier moet verkopen. Er zijn mensen die dit jaar een bak komen kopen om hem volgend jaar uit te drinken. Als ze het zoete er wat uit willen laten evolueren, hebben ze gelijk te wachten.”

Streekbier

Is een brouwer sant in eigen land? Het blijkt telkens weer stof voor een geanimeerd debat. Met uitmuntende bieren binnen handbereik is dat gelukkig geen corvee. Brouwerij Van Den Bossche heet trouwens anders dan de familie Van den Bossche naar wie ze genoemd is. Anderzijds is er niet de minste discussie over het exportverhaal van Van den Bossche in het buitenland. De helft van de productie stroomt naar het buitenland. Italië draagt vooral Pater Lieven in het hart. De Amerikanen houden vooral van de Buffalo bieren. Of wat dacht u?

Bruno Van den Bossche: “Onze grote vriend AB InBev heeft een groot aandeel in dat buitenlandse succesverhaal. Wij verkopen in Amerika bier dankzij hen. Zij maakten budgetten vrij om Belgische biermerken in de markt te zetten. Zij staken geld in Stella Artois. Zij hebben geld en macht om de markt te bespelen. Gelukkig ontdekken liefhebbers van Belgisch bier in het buitenland dankzij internet dat in België meer bier wordt gemaakt dan Leffe alleen. In België zit muziek in ons verhaal omdat mensen de eenheidsworst beu zijn. Vooraleer een euro wordt gespendeerd, is hij tegenwoordig al vijfentwintig keer omgedraaid. Consumenten zoeken daarenboven authenticiteit. Mensen die hier in de streek op bezoek komen, vragen naar het streekbier. Ons bier smaakt niet alleen lekker. Het vertelt een verhaal.”

Een bijzondere speler in de verkooppolitiek van de brouwerij is … de brouwerij zelf. “We moeten onze geklasseerde brouwerij dringend als troef uitspelen. Om dat goed te doen, zal ze binnenkort worden gerenoveerd. Alleen moet je veel bier verkopen voor die middelen er zijn. In de tijd van mijn vader deed je de deur open en verkocht je bier. Je verkocht het wel alleen in een straal van tien kilometer rond de brouwerij. En telkens iemand naar deze streek kwam, dronk hij Pater Lieven, punt uit.”

“De tijd dat bier zichzelf verkoopt, is voorbij. Als je je opsluit in een ivoren toren kom je er niet. Het rechtstreekse contact tussen de brouwer en de cafébaas is voor kleine brouwerijen cruciaal. Daarom gaan we één keer per maand cafés bezoeken in Nederland. Maar je moet ook in Italië, Amerika en elders je gezicht laten zien. Versta me niet verkeerd: ik ben zeer blij dat mijn kerstbier op de kaart staat van de meeste cafés in de streek. En het meeste kerstbier verkoop ik ook nog altijd rond de brouwerij. Eigenlijk … moet ik er voor zorgen dat in elke kelder van elk huis in Sint-Lievens-Esse een bak van ons bier staat.”

Katrien Bruyland
@epicuralia

online januari 2017

– copyright tekst en foto’s Katrien Bruyland + copyright foto’s Joris Luyten
Voor het eerst gepubliceerd in Bierpassie Magazine n°61, december-januari-februari 2014

De kleine reuzen van het Belgische bier

Kleine en middelgrote brouwerijen uit Vlaanderen, Brussel en Wallonië die grote dingen doen met bier. Sterke karakters met passie en/of traditie in het bloed. Brouwers die de waan van de dag in de bierwereld trotseren. De verhalen achter deze mensen staan staan centraal in deze reeks.